11 juni 2013

The Aftermath


Een week na de laatste uitzending besef ik dat ik een blogpost over de finale echt niet langer kan uitstellen. Ik ben al de hele week mijn hoofd aan het breken over wat ik precies kan vertellen en hoopte dat de inspiratie als vanzelf uit de hemel komt vallen. Ik dacht hetzelfde zo ongeveer een uurtje voor mijn examen statistiek en aangezien dat werkelijk fantastisch is afgelopen (hm), leek het me nutteloos het onvermijdelijke nog langer uit te stellen.

Doel van deze blogpost is het vinden van de perfecte toon. Je weet wel de 'ik-ben-niet-verbitterd-deelnemen-is-belangrijker-dan-winnen-sportieve-verliezers-toon'.

En net daar nijpt het een beetje want:

Toen ik ongeveer tien jaar oud was, was het ten huize Coorevits niet ongewoon om op zondagavond de spelletjeskast open te trekken en met het hele gezin gezellig aan het gezelschapsspelen te slaan. Monopoly, Cijfers en Letters (u weet wel, met Zaki) en Cluedo waren topfavorieten. Nu, naarmate de avond vorderde en het stilaan duidelijk werd wie zich de spelletjeskoning van de avond zou mogen noemen, kon het al eens voorvallen dat, wanneer het niet ik zou zijn die de hypothetische kroon zou dragen, ik het complete spelletjesbord (pionnen en bank incl) met één vlotte beweging van tafel maaide, iedereen uitmaakte voor 'vuile valsspelers', mijn zus een klets tegen haar kop gaf (gewoon, omdat ze het verdiende) en ik al stampend en loeiend van frustratie naar mijn kamer liep. Dit onder het motto: als ik niet kan winnen, dan niemand.

Dat kan tellen hé, qua sportiviteit?

Nu, met de jaren komt gelukkig de beheersing want ik:

- heb alle rekken met potten en pannen in de testkeuken netjes rechtop laten staan
- ben niet al brullend naar de chefs gelopen om mijn zegje te doen
- heb het gegeven 'met getrokken messen tegenover elkaar staan' figuurlijk gelaten voor wat het was
- heb Bram gefeliciteerd met zijn puike prestatie in plaats van hem tegen de grond te tackelen

Een hele verbetering, als je't mij vraagt.

Goed. Los daarvan zijn er de feiten; en dat is dat ik de duimen heb moeten leggen tegen Bram in de finale (aaarrrggghhh, de kwelling!)

Al weken overloop ik die hele noodlottige dag steeds maar weer opnieuw en opnieuw in mijn hoofd  hopend een afdoende verklaring te vinden voor mijn nederlaag. Ongelofelijk boeiend en als je iemand bent die wel eens last heeft van slapeloosheid, nodig ik u uit mijn gedachtengang eventjes te volgen. Een Xanax heeft er geen lap aan:

'Verdomme toch hé, Coorevits, je had bij je eerste plan moeten blijven. Ja maar dat zou ook niet goed geweest zijn want dan zouden ze gezegd hebben; je hebt op safe gespeeld. Ok, maar dan had je je lam beter moeten voorbereiden. Dat héb ik gedaan de avond ervoor en dat ging perfect net als die honderd miljoen andere keren dat ik lam heb gemaakt. Ok, waaraan lag het dan? Ik weet het niet maar ik heb het dubbel zo lang ingestoken als anders en het was nog altijd niet gaar en dan was opeens de tijd op en moést ik het serveren. Goed, laat dat dan maar een mysterie blijven. Misschien had je het een beetje ingewikkelder moeten maken? Ja, dan kan, maar dan zou ik niet 'trouw gebleven zijn aan mijn stijl' en daarbij, als je van 4 uur 's morgens aan het voorbereiden bent, dan kan het toch nooit héél simpel zijn? Nee, maar je had tijd over, jij arrogante trut. En nog iets... Ahja! je bent een loser!'

Een wéldaad voor het zelfvertrouwen, meedoen aan zo'n programma op tv.

In nood kent men zijn vrienden, zegt men wel eens. En in dit geval was dat mijnheer Festinger. Voor de mensen die nog wakker zijn, nog eventjes geduld want hier komt de genadeklap.

Mijnheer Festinger was een Amerikaanse psycholoog die voor het eerst het psychologische verschijnsel 'cognitieve dissonantie' beschreef. Kort komt het erop neer dat wij, mensen, niet goed overweg kunnen met dingetjes die niet stroken met hoe wij er zelf over denken. Als wij, mensen, van iets overtuigd zijn maar de  realiteit blijkt een beetje te botsen met die overtuiging, dan gaan wij ons daar niet bij neerleggen maar dan gaan we doen alsof die realiteit toch niet zo interessant is.

Een voorbeeld: u bent op dieet en besluit dat u minstens een maand lang alle chocolade, frietjes, koekjes en chips bant uit uw eetpatroon. Zo gezegd, zo gedaan. U komt vol goede moed aan op het werk en ziet daar in de personeelscafetaria een gigantische, smeuïge, zondige chocoladetaart staan met een kaartje van uw collega ernaast: 'Voor mijn verjaardag! Enjoy!'
In een vage uithoek van uw gedachten herinnert u zich nog wel uw voornemen maar een plotse uitval van elke vorm van rationaliteit overvalt u en u propt niet één, maar twee stukken in uw kwijlende mond.
En ach, waarom niet, een derde? Daar zal het nu ook wel niet op aan komen.
Nadat uw lichaam bekomen is van de gelukzalige weldaad 'vet en calorieën' genaamd, overvalt u een gigantisch gevoel van schuld. Dag één en uw dieet is al naar de vaantjes. Wat nu?
Hier komt mijnheer Festinger op de proppen. U besluit dat die dag toch geen goede dag was om te starten met uw dieet want het is een maandag! Iedereen weet dat maandagen de slechtst mogelijke dag zijn om jezelf verwennerijen te ontzeggen. Morgen met volle moed!
Of: u neemt plaats achter uw computer, tikt op google 'voluptueuze mooie vrouwen' in en besluit, onder het genot van een vierde stuk cake, dat rondingen véél mooier zijn dan uitstekende botten.

Cognitieve dissonantie, het is mijn allerfavorietste psychologisch gegeven. Ik heb het in de dagen na de finale dan ook ten volle toegepast:

- Tweedes? Zalig! Natalia was ook tweedes (dat ik zing als een bronstige walvis doet hier abosluut niets ter zake)
- Kom Steph, niet zagen het gaat om de ervaring! Je hebt de hele rit van begin  tot einde uitgezeten en hebt alles meegemaakt wat er mee te maken. Dit is véél meer dan je in het begin ooit kon bedenken (dat het begin de pot op kan, is ook volledig irrelevant)
- Kop op. In die finale heb je een voorgerecht gemaakt waarvan je nooit had kunnen vermoeden dat je het in je had. (ja maar ze vonden het niet goed genoehoehoeg.....)
- Niet zagen, door HK is het aantal 'views' op je blog van een 3-tal per dag (ik, mijn moeder en een occasionele voorbijganger) naar zo' n 1400 per dag gegaan.

Dat laatste is waar en zo egostrelend dat het alleen maar slecht kan zijn voor de gezondheid. Dus laten we maar aflsuiten in schoonheid en een synthese maken.

 I present you: 'Hobbykok- my personal best of':

Op nummer vijf: ontdekken dat puree en rauwe vis een goeie combinatie vormen en hiermee mijn toekomstige hypothetische kinderen voor altijd de mond snoeren als ze ooit zagen over mijn maaltijden ('Bekken toe en eten! Als het goeg genoeg is voor 6 sterren is het zeker goed genoeg voor jullie!' )
Op een dag word ik een gewéldige moeder....

Op nummer vier: ontdekken dat ik wel dégelijk slaafs bevelen kan opvolgen en dat ik, los van het lichamelijke verval, perfect stressbestendig ben. (Noot aan mijn familie: ik volg énkel slaafs bevelen op van mensen die iets zinnigs weten te zeggen over een bepaald onderwerp. Jullie horen jammergenoeg niét tot die groep)

En dan komen we in de top drie met de amuse aflevering (je weet wel die met de frietjes, de hambugers en de tapas). Ik heb daar eigenlijk nooit een post over geschreven. Waarschijnlijk gewoon omdat ik lui ben maar dat waren topdagen: ontbijten met frietjes, een hamburgertje maken op je gemak (en horen van een 3-sterrenchef dat hij een gelijkaardige denkpiste volgt als de jouwe tijdens zijn creatief proces) en wat spelen met slachtafval. Wat heeft een meisje meer nodig om gelukkig te zijn?

Op nummer twee: ikzelf (haha, galgenhumor) en daarnaast: Barcelona. Of hoe zou u zich voelen na: zo'n lekkere olijfolie proeven dat je een ketel zou leegdrinken, de lekkerste tapas van de wereld degusteren in de coolste tapasbar van de wereld met de beste chefs van de wereld, gaan shoppen in de boqueria op kosten van de productie, achteraf gin-tonics drinken op een (eindelijk) zonovergoten terras met als vooruitzicht een uitstapje naar Italië??

En dus op nummer één: Sorrento. Wanneer je het gevoel hebt dat je je volledig verteringsstelsel eruit aan het kotsen bent maar je je tegelijkertijd nog steeds verwondert over de ongelofelijke schoonheid van een land en zijn briljante eetcultuur, dan weet je dat je een winnaar hebt.

Goed, hiermee zit het er  defintief op. Ik ben nooit goed geweest in afscheid nemen dus laten we het volgende afspreken: jullie doen alsof jullie niet alleen mijn blog bezoeken om roddel en achterklap te weten te komen over Gert en Sergio en komen me in de toekomst af en toe een virtueel bezoekje brengen. Ik van mijn kant, hou jullie op de hoogte van mijn doldwaze avonturen en doe alsof ik niet zie dat jullie interesse veinzen uit medelijden.

Deal?!


2 juni 2013

Napels zien en (bijna) sterven

Vaak hoor ik van mensen die me in Het Programma bezig zien dat ze zich verwonderen over mijn 'cool'. Hiermee bedoel ik dat ik schijnbaar stressvrij over kom en op een relatief relaxte manier aan de potten en pannen sta.
Dit is een heel mooi compliment, waarvoor dank.
Misschien kunnen we hier even verder op in gaan en kan ik jullie nog wat van mijn Ander Domein (psychologie) meegeven?
In een eerdere blogpost had ik het al over de verschillende manieren waarop mensen op stress situaties reageren (roken, snoepen, wenen, noem maar op). Dit zijn eerder psychologische omgangsvormen. Je kan echter ook met je lichaam reageren op stress en daar ben ik het perfecte voorbeeld van.
Kijk, jullie zien een schijnbaar relaxed meisje maar jullie zien niét hoe in mijn hals rode vlekken (type 'schurft') aan een opmars bezig zijn richting mijn hoofd. Wanneer de situatie stresserend genoeg is, blijf ik, in mijn hoofd, weliswaar nog steeds gefocussed maar mijn kop imiteert op perfecte wijze een genetisch gemanipuleerde tomaat.
Sexy.
In Italië was ik ook kalm. Maar dat had een andere reden. Volg me even op dit reisverslagje en u komt er alles over te weten.
Dag 1.
Napels. Zo typisch Italiaans dat het elk cliché aanvinkt : vespa's die je rakelings voorbij scheuren hierbij de typisch Italiaanse rijstijl tentoonspreidend (als iemand hier in België zo zou rijden, zouden we hem in mijn vakjargon als 'suïcidaal' bestempelen), wasgoed dat tussen de huizen hangt te drogen, dramatisch geroep van de ene 'mamma' naar de andere, een gelateria op iedere hoek en bovenal de verleidelijke geur van heerlijk, eerlijk eten in de Napolitaanse straten.
Opdracht 1. Pizzadeeg maken. Tevens een perfecte illustratie van waarom ik zo van de Zuiderse keuken hou. Je voegt maximaal 4 ingrediënten bij elkaar. Je bewerkt dat een beetje, je rust een beetje en tadaaaa! Pizzadeeg!
Ik ben niet heiliger dan de paus en ik ga zeker niet beweren dat ik me nooit schuldig heb gemaakt aan het kopen van zo'n rolletje deeg uit de supermarkt maar echt, lieve mensen, het is géén moeite. Je hebt alleen een beetje tijd nodig maar je wordt beloond met een deeg dat in de verste verte niet vergeleken kan worden met wat je uit dat plastiekzakje rolt. Probeer het eens. Gewoon één keer. Niet voor mij. Voor u zelf. Omdat u het waard bent.



Op naar opdracht twee. Met de boot, langs de Vesuvius, naar Sorrento waar we in een trattoria aan de slag gingen met zee-egel en inktvis. Die zee-egel bleek de uitdaging van de dag. Ik had die dingen wel al eens op de bodem van de zee zien liggen tijdens het snorkelen en ik wist dat er mensen bestonden die het aten. Tot daar de aandacht die ik in mijn 28-lentes tellende leven aan het object 'zee-egel' had besteed. Net zoals Carla had ik die film van Bram niet gezien en wist ik niet goed hoe ik zo'n ding moest openen. Het plat slaan leek om voor de hand liggende redenen geen goed idee en de reeds beproefde methode der 'liesoperatie' scheen ook hier niet opportuun.
Gelukkig stond Bram op zo'n 60 centimeter naast me en kon ik netjes spieken.
Eens sesam zich had geopend, vertoonde die iets zwart en iets oranje. Uitdaging nummer twee bestond eruit te beslissen met welk kleurtje ik mijn pasta'tje zou opfleuren. Een proeftest leerde me dat het zwart niet te vreten was en dat het oranje dus wellicht de delicatesse was waarvan sprake.


De rest kent u.


Bijschrift toevoegen


's Avonds in het hotel was er tijd voor ontspanning. De crew, de productie, mijn twee collega's en ikzelf vleiden ons neer op het prachtige terras en nipten van een welverdiend glaasje limoncello. Of twee. Drie. Misschien vier. Het kunnen er ook vijf geweest zijn. Maar zéker niet meer dan zeven. Of zo.
's Nachts werd ik gewekt door een draaierig gevoel in mijn maagstreek. Ik ga u de details besparen maar in het kort: ik heb die nacht meer boven de pot gehangen dan dat ik in mijn bed heb geleden. De dag erna was ik een wrak en ik zwoer nooit of te nimmer nog het gele vergif  te drinken. Ook zou ik alles wat met citroenen te maken had afzweren voor de komende weken.
Hierbij dus volledig voorbij gaand aan het feit dat we aan de Amalfi kust zaten en dat ze daar bij wijze van spreken de citroenen naar je kop gooien.
Gelukkig waren er Sergio en Gert om me daaraan te herinneren. Tijdens het 'heerlijke ontbijt', waarbij ik enkel voorzichtig kon nippen van een glaasje water, werd opeens een gigantische citroentaart voor mijn neus neergepoot. Of ik deze wilde aansijden? En ervan proeven? En nog eens? Want van een hobbykok wordt toch verwacht dat ze er alle smaken uithaalt?
Het kruimeltje taart dat ik met geveinsd enthousiasme naar binnen werkte, zwelde in mijn keel op tot de grootte van een golfbal en de citroenzestes triggerden mijn maagsappen. Met alle beheersing die ik in mijn gerad-braakte lichaam had, onderdrukte ik een nieuwe golf van misselijkheid en concentreerde ik me op de eerste taak van dag 2. Torta Caprese al limone.
De citroenhemel waarvan sprake in de aflevering was subjectief gezien eerder de citroenhel. Sergio propte wat citroenzestes in mijn mond, duwde een citroen onder mijn neus en dwong me buiten de camera's om een bidon cirtroensap leeg te drinken.
Ok, dat laatste is niet waar maar het zou gekund hebben.
Ondanks dappere pogingen om mijn genante misselijkheid voor mezelf te houden, hadden de chefs al snel door dat ik niet optimaal aan het functioneren was. Schoorvoetend mompelde ik iets over 'mogelijks mispakt aan de limoncello' wat voor hen het teken was om mij keihard uit te lachen en onder het taartdeeg maken, bemoedigende dingen toe te roepen als: 'Ei, Stephanie, zou je niet een beetje limoncello aan je deeg toevoegen? Ei, proef maar eens hoor! Ik meen het hoor: proeven, proeven en nog eens proeven is de boodschap!'
Er bestaat een prachtig Italiaans woord voor mensen zoals zij. Hoe ging het ook alweer? Ahja: Bastardi!!

Eens de taart in de oven zat, zocht ik het eerst nabij gelegen toilet weer op en terwijl de hele ploeg aan het genieten was van verse buffelmozarella; fijn gesneden proschiutto en knapperig vers brood, besloot ik nog een beetje gal uit mijn maag te persen.

Next stop: de pizzeria waar het beslissende gevecht zou geleverd worden. De combinatie: busrit (van Sorrento naar Napels), torta Caprese-deeg en de charmante Italiaanse rijstijl van onze chauffeur maakten dat ik dacht dat mijn laatste uur geslagen had.
Men placht wel eens te zeggen 'Napels zien en sterven'. In mijn geval, beste lezer, mocht u dat welhaast letterlijk nemen.

Terwijl Carla een nieuw recept voor pizza-pap aan het creëren was (een gat in de markt wat babyvoeding betreft, lieve Carla!), hing ik weer maar eens boven het porselein.
Mocht iemand ooit een essay willen schrijven over het Italiaans sanitair, u mag mij steeds contacteren. Ik heb een schat aan informatie voor u!
Tijdens mijn vijftiende toiletbezoek die dag zat, rees het vermoeden dat de zeven glaasjes likeur nooit een dergelijk effect kunnen teweeg brengen. Ik vermoed dat ze, in combinatie met het mysterieuze stukje zwarte zee-egel verantwoordelijk zijn voor mijn fysieke toestand.
Nu goed. Over het hoe en waarom kunnen we uren speculeren maar feit bleef dat, toen het mijn beurt was om de arena te betreden, ik enkel nog kon denken: 'Niet op de pizza kotsen! Niet op de pizza kotsen!'

Bijschrift toevoegen

En dat, beste lezer, bleek mijn redding. Ik was zo kalm, zo gefocust, zo spuugmisselijk dat er gewoon geen ruimte meer was voor paniek of stress. Dat ik aan het spelen was voor een finaleticket kwam niet eens bij me op. Ik wilde gewoon zo snel mogelijk die pizza in de oven zodat ik weer mijn vertrouwde vriend De Pot kon gaan omarmen.
Veel vijven en zessen: All is well that ends well. Opeens bevond ik me in de finale van De Beste Hobbykok van Vlaanderen. Om maar eens een cliché te gebruiken: Nooit gedacht dat het zo ver zou komen. Toen ik me inschreef voor het programma, dacht ik: Wow, Gert en Sergio gaan iets proeven dat ik gemaakt heb. Hopelijk spugen ze het niet weer uit (om maar in het thema van de dag te blijven).
Toen bleek dat ik de eerste proef gewonnen had met Boer zkt. exotische Vrouw, dacht ik: ok, dit is een duidelijk geval van beginnersgeluk maar kom, een mooi verhaal om later aan de kleinkinderen te vertellen.
Maar de week erna lag ik er niet uit, de week daarna evenmin en zo ging dat maar door en door. Enkele uitschuivers buiten beschouwing gelaten, verliep de rit best vlotjes.
In tegenstelling tot jullie weet ik al hoe het dinsdag zal aflopen. Benieuwd wat jullie ervan gaan vinden. Kijken maar. Of niet. Je mag kiezen.



26 mei 2013

E viva Catalunya

Toen ik hoorde dat we naar Barcelona vlogen zou je kunnen denken dat volgende gedachten mn eerste waren:

- Machtig! Tapas!
- Super! Een culinaire verkenningstocht met twee van de beste chefs ter wereld!
- Goh, al die plekken waar ik ga komen waar een doorsnee toerist nooit geraakt!

Maar in werkelijkheid dacht ik:

So long suckers! Gimme that vitamin D-shot. Right now!

Niet dat ik de 50 tinten klimatologisch grijs van de laatste maanden niet leuk vind hoor. Ik vind het zo ongeveer even opwindend als zijn literaire equivalent.

Er zijn echter geen zekerheden meer in het leven. Eventjes koesterde ik, vanuit het vliegtuig, nog de ijdele hoop dat het dikke, grijze wolkendek boven Barcelona een hardnekkige vorm van ochtendnevel was, maar niets bleek minder waar. Een luttele tien graden 'verwarmde' de stad en een ijzige regen zeikte de hele dag op ons neer.

Familie en vrienden kennen mij als een onverbeterlijke positivo. Het credo 'there's no place like home' indachtig, voelde ik me al snel helemaal thuis in de Catalaanse contreien.

Mensen die me laatstleden een duif zagen verkrachten (niet letterlijk, dat zou echt foute tv hebben opgeleverd) en het mooiste lelijke supermarkttaartje zagen creëren, zullen misschien ook wel begrijpen dat het zelfvertrouwen een beetje zoek was. Ik kampte met levensvragen als:

'Kan ik dit wel?'
'Waren de opdrachten daarvoor misschien gewoon dingen die me lagen en zal ik nu eindelijk door de mand vallen?'
en
 'Zou het rattenvergif dat ik in het park van Wevelgem heb uitgestrooid ook zijn werk doen bij mijn gevederde vriendjes?'

Maar opgeven was geen optie (echt, letterlijk hé, dat staat in het contract) dus sprak ik mezelf coachend toe: 'Coorevits, ofwel blijf je neuten als een seut en lig je er binnen de kortste keren uit. Ofwel zie je het voor wat het is en dat is een gratis tripje naar Barcelona met twee sterrenchefs om te gaan doen wat je het liefst doet in de wereld: eten (en nog iets... ahja, koken...). So: enjoy the ride while it lasts.'

Bovendien, ik mocht nog gigantisch op mijn bek gaan, die cocktail en sferische olijf konden ze me alvast niet meer afnemen.

Eerste stop: Priorat. Aka de Heilige Graal van de olijfolie. Ik weet niet hoe het met jullie zit maar ik persoonlijk had nog nooit olie gedronken. Nu zou ik niet onmiddellijk compleet uit de bol gaan en een fles Alijfolie drinken (Aldi-olie) maar als je zo'n slokje van dat Priorat-stuff aangeboden krijgt: niet aarzelen! Lekker fruitig, pittig in de keel en heerlijk geurend naar vers gemaaid gras (iets wat ik er zelf natuurlijk ook al lang uit gehaald had maar kom, je moet die chefs ook iets gunnen hé... ahem)

Vervolgens was het tijd om te doen waar we voor gekomen waren: een beetje koken. Het was alsof de Goden me weer gunstig gezind waren want die romesco, dat is nu eens iets waar ik me volledig kan ik laten gaan.

Kijk, even een persoonlijke noot: ik ken mijn zwaktes. Ik wéét dat ik niet de (levens)ervaring van Carla of Bram heb. Evenmin beschik ik over de finesse van Sara maar ik weet ook wat ik wel kan. En dat is schaamteloos kopiëren.

                            

Nadat ik meer dan de helft van die pot saus had leeggelebberd wist ik ongeveer wel hoe de balans zoet-zuur-zout zat en aangezien de vereiste ingrediënten voorhanden waren, was het enkel nog een kwestie van puzzelen. En vijzelen.

Ik zou jullie graag het exacte recept van de romesco meedelen maar het probleem is dat ik voor zo'n dingen nooit met concrete hoeveelheden werk. Ik proef, en proef nog een beetje en net op het moment dat ik denk: 'ik ga kotsen als ik nog één zo'n lepel naar binnen moet stouwen, komt het allemaal netjes bij elkaar (in mn hoofd dan, ook vanuit mijn maag naar mijn keel maar hoofdzakelijk in mijn hoofd).
Na deze aantrekkelijke handleiding kan ik me voorstellen dat jullie staan te popelen om zelf aan de slag te gaan dus geef ik jullie de nodige instructies mee voor 'mijn' romesco:
- gepelde en geroosterde amandelen (sorry mijnheer de commentatorstem, hazelnoten heb ik er niet in gedaan)
 - een verse tomaat
- een teentje look
- een geut sherryazijn
- een snede getoast wit brood
- het vruchtvlees van die gedroogde pepers ('Nyora')
- geroosterde pepers
- een shitload aan olijfolie (maar dan wel de goeie soort hé)
- peper en zout
Vooral goed vijzelen zodat je een min of meer gladde massa krijgt en dan proeven en bijkruiden waar nodig. De overheersende smaak is eerder zoet maar op het einde moet er zo'n 'kick' aanwezig zijn.
Volgende scène was een persoonlijke favoriet: nietsdoen en zuipen in 41°. Jaja, ik wéét dat ik zou moeten zeggen dat we weer enthousiast onze schorten aanbonden om een nieuwe culinaire uitdaging aan te gaan maar kom: ons vliegtuig was om 5 uur 's morgens vertrokken en ik had die nacht amper een uurtje geslapen.

Ik wijt het aan 'het schoolreis-syndroom'. Je weet wel, je bent negen jaar, je mag op schoolreis naar Bellewaerde en de hele nacht ervoor doe je geen oog toe. Je wil namelijk als eerste de overbevolkte bus op om op de laatste rij te gaan zitten tussen al je vriendinnetjes met uitzicht op het jongetje waarvan je dan wéét dat hij later Je Aanstaande wordt.
Zo verging het de populaire meisjes.
Kleine Stephanie verging het als volgt: Ze kon niet slapen van misselijkheid bij de gedachte dat er 'no way in hell was dat de populaire meisjes haar op de achterbank zouden toelaten. Dus zou ze tien tegen één naast de wiskundeleraar met zijn witte kousen en contrasterende jezussandalen mogen plaats nemen en de enige prille liefdesverklaring zou van Rosse Ronald komen.
Maar we dwalen af. Ik had dus niet veel geslapen en ik was een klein beetje moe. Ok, ik was kapot. Als ze hadden moeten vragen om dan dat drie gangenmenu te maken,  was ik waarschijnlijk met mijn gezicht plat in de fédua beland.
Maar mijn angst bleek dus ongegrond want we werden getrakteerd op een lekker informeel cocktailtje aan de toog. Met de chefs. Gezellig. Intiem. Met zijn zessen. En met de barman. En de drie cameramannen. En onze lieve coach Leslie. Een stuk of drie geluidstechniekers, twee interviewers en een art director.
Los daarvan: cocktail was superbe. Sferische olijf was goddelijk en die tentakels, daar mochten ze me wel een ketel van serveren.
De combinatie: booze+ vermoeidheid + gezonde portie stress+ buitenlandse lucht eiste intussen zijn tol en ik wist dat ik, om gênante taferelen te voorkomen, beter tussen de lakens zou duiken. Ik schijn namelijk in semi-slaaptoestand de filosofische toer op te gaan maar dan op de schizofrene-step-away-from-the-crazy-woman-manier. Of ik begin te dansen. Niet zoals Beyonce, helaas. Meer zoals dronken nonkel Rudy op de nieuwjaarsreceptie.
                                 
Luttele uurtjes slaap later, doch: fris als een hoentje (hoentjes hebben toch ook van die zandzakken onder hun oogjes hé?) stond ik klaar om de 'bocqueria' stormenderhand te veroveren.
Eén technisch probleem: Ik spreek geen woord Spaans en Spanjaarden bleken om de één of andere mysterieuze reden ook onze wereldtaal niet machtig. Gebaren dan maar.
Eerder kon u al lezen dat ik deze alternatieve vorm van communicatie uitstekend beheers dus dat werd 'a walk in the park'. Ik had heerlijke inktvis (verkregen door met mijn stompe vingertje te priemen naar de desbetreffende delicatesse. Het inktzakje moest er van mij nog inzitten dus heb ik heb mijn gestomp in de lucht laten vergezellen door 'nero! nero! si?'). Vermoedelijk had de lieve Spaanse verkoopster een mindervalide kindje want ze snapte mij meteen.
Verder had ik chorizo (toevalligerwijs zelfde benaming in Nederlands), pomodoro (Italiaans maar kom, wat voor andere rode bollen kunnen ze je aansmeren?), herbas (weer veel gepriem: 'no, no', a cotédas!!') en asperges (ik had ze al in mn knuisten voor ze kon reclameren).
Jaja, ze noemen me ook wel Stephie 'de talenknobbel' Coorevits....



Nog eventjes paniek toen bleek dat we in anderhalf uur een 3-gangenmenu moesten voorbereiden (echt een 'hobby' hoor, dat hobbykok-gedoe) maar al bij al bleek het nog mee te vallen. In de toekomst misschien nog even de mixer door mijn gazpacho halen alvorens die te serveren en een beetje minder enthousiast sproeien met chorizo-olie maar los daarvan ben ik binnenkort helemaal klaar voor zwoele, hete Spaanse dinertjes met vrienden. Rond de kachel.








19 mei 2013

Sweets for my sweet

Vaak worden mensen opgedeeld in vakjes en als je behoort tot het ene vakje, dan word je automatisch uitgesloten uit het andere. Een voorbeeld: Wanneer je een 'kattenmens' bent, dan moet je per definitie vinden dat alle honden stinken.
En dat doen ze ook.

Op culinair vlak bestaan dergelijke artificiële opdelingen ook: zo wordt 'sweet' vaak tegenover 'savoury' geplaatst. Een zoetekauw kijkt reeds bij de amuses reikhalzend uit naar het dessert terwijl de hartigekauw (ja, ik weet het maar ken jij een beter woord?) zijn chocomousse maar al te graag inruilt tegen een stukje schimmelkaas. 

Chefs binnen de branche schijnen een dergelijk classificatiesysteem evenmin ontlopen : waar hartige creaties vaak tot stand komen vanuit een buikgevoel, is in de exacte wetenschap der patisserie geen plaats voor veel gefreewheel. 
Ik ben geen 'pro' en evenmin een fan van beperkingen dus vandaar mijn boude uitspraak: I love both sweet and savoury!  

Vaak vind ik het heerlijk om in het wilde weg wat kruiden bij elkaar te kappen en op die manier een experimenteel sausje te bekomen. Maar soms leg ik mezelf een regime van kalmte en precisie op en dan  is een operagebakje waar je zo'n slordige vier uur (!) mee bezig bent, 'exactly what the doctor ordered'.


Een dessertrecept dwingt je met zijn licht militaristische karakter tot gehoorzaamheid. Er is weinig tot geen ruimte voor gewaagde uitspattingen maar je wéét dat, indien je de voorschriften slaafs volgt, je beloond wordt met geometrische magie.

(Let wel: enkel indien die magie van de eetbare soort is, zal ik mij laten verleiden tot lyrische uitspraken met betrekking tot wiskundige domeinen).



Neem nu de soufflé.

'Komen Eten' als eens gezien? Dan weet u dat als daar het woord 'moelleux' valt, u zich kan verwachten aan sardonische glimlachjes van de concurrentie en een spannend kwartiertje televisie waarbij de durfal in kwestie zwetend op zijn hurkjes in de oven zit te turen.

Wat de moelleux betekent voor 'Komen Eten' , is de soufflé voor 'Beste hobbykok' (minus de sardonische concurrentie, dat spreekt voor zich, wij zijn allen vrolijke, vrolijke vrienden...)

Ik persoonlijk had me nog nooit aan De Soufflé gewaagd en mijn kennis betreffende het onderwerp beperkte zich tot:
- 'zakt tien tegen één in als een zestienjarige tijdens een Justin Bieber concert'
en 
- 'het is ten strengste verboden om de oven te openen terwijl de soufflé aan het rijzen is'

Niet bepaald een truckload aan basiskennis. De geleverde ingrediëntenlijst (zonder bijhorend recept) leverde na wat gepuzzel een min of meer herkenbaar recept op. Enkel de bloem had nog geen plaatsje gevonden maar die zou ik er op een bepaald moment wel ergens bijkappen.

Tot mijn grote verbazing (én die van Sergio, echt 's mans scepticisme ten aanzien van mijn kookkunsten is legendarisch) rees uit de ovendampen iets wat toch ergens op een soufflé leek.   Toegegeven, mijn spruit zag er net iets minder perfect uit dan die van Carla maar een eerstgeborene is altijd een beetje 'trial and error' (hé, ma?)

Over dan naar de werkelijke opdracht van de dag: Maak een dessert met drie structuren op basis van rode vruchten.
Ofwel vond mijn onderbewustzijn die opdracht maar een beetje simpeltjes ofwel ben ik gewoon selectief doof want ik had het volgende verstaan: 'Maak een dessert met drie structuren van rode vruchten'. 
Voor de onoplettende lezer is het wellicht zoeken naar een verschil tussen beide instructies maar dit is er wel degelijk. 

Een toelichting:
Instructie één laat toe om een dessert te maken met drie componenten waarvan één bestaat uit rode vruchten. Instructie twee daarentegen, vereist drie toepassingen van rode vruchten en impliceert daarmee nog één of twee andere componenten 'on the side' ('een krokantje', 'een zoetje', 'een beetje bite'). Een verschil dat je qua tijd een uurtje of twee kan uitsparen.

Wellicht heeft u aan mijn 'goedkoop, lelijk taartje uit de supermarkt' niet kunnen zien welk verfijnd idee erachter school maar de bedoeling was de volgende:
'een semi-bevroren mousse van frambozen met een spiegel van braambessencoulis, een krokantje van citruskletskop, afgewerkt met in citroenverveine gemarineerde aardbeien'. 

Somewhere, something went terribly wrong....

Nu goed, gelukkig was het lekker. En gelukkig maar want zo'n uitstapje naar het zonnige Barcelona met twee drie sterrenchefs, dat wil je niet missen!

Wat dat 'zonnige betreft', wist je dat er in Barcelona zo'n negen dagen per jaar zijn waarbij de regen met bakken uit de hemel komt? Drie keer raden op welke dag wij daar waren.... 


11 mei 2013

Beter geen duif in de hand dan wel een duif

Hier volgt een prijsvraag: Raad hoeveel mensen mij sinds dinsdag hebben aangesproken over het Duif-Debacle en u wint .... een levenslange voorraad van die stadsratten. Ik wil ze met plezier voor u schieten.

Nee, serieus, weet dan echt iederéén behalve ik hoe je een duif klassiek op het karkas bereidt? 

Laten we mijn verkrachting der klassieke keuken eens stap voor stap doorlopen. Op die manier krijgt u in één keer alle info en mogelijk werkt het therapeutisch voor mij.

Het begon allemaal op een mooie, zonnige lentedag op het prachtige strand van Cadzand. Al ploeterend baande ik mij, samen met mijn collega's, een weg door het mulle zand en elegant plofte ik me rond het kampvuurtje waar Sergio gezellig zat te kokkerellen. Eventjes nog hoopte ik dat de improvisoire bbq slechts een inleiding zou vormen op de ware opdracht (brood bakken of zo) maar die hoop bleek dus ijdel.

Onder het motto 'alles wat je binnen hebt, pakken ze je niet meer af', propte ik de helft van de Oosterscheldekreeft in mijn bek en met een bang hartje ging ik achter de grill staan. 

Ik weet niet hoe het bij jullie thuis zit maar bij ons is bbq'en altijd al een mannenaangelegenheid geweest. En dat zal het voor mijn part ook altijd blijven. Ik kan zelfs verder gaan en stellen dat het gegeven 'barbeque' het laatste restje oermens in ons aanspreekt. De man-aap maakt een vuur en braadt daarop een mammoet-filet pure'tje. De vrouw-mens maakt de besjessalade aan, onderwijl gezellig roddelend met de rest van de vrouwelijke clan.

Anno 2013 is er wat mij betreft niet veel veranderd op dat vlak. Meer zelfs, ik zou niet in mijn hoofd halen om mijn lieve echtgenoot van zijn taak te kwijten. Ik acht het heel goed mogelijk dat de activiteit van vuur maken, datgene is wat zijn testosterongehalte op peil houdt. en daar profiteer ik dan weer van.

Maar goed, alle antropologische inzichten ten spijt, zorgde mijn evolutionaire instelling er wel voor dat ik mooi choco stond aan dat vuur en dat ik Sergio een rauwe sardine deed fretten.

Met een mengeling van medelijden en weerzin hoorde ik mijn virtuele zelf tijdens het interview achteraf verkondigen dat ze 'keihard zou vechten' de dag erna. Nooit gedacht dat, als het erop aan zou komen, ik de strijd zou verliezen van veerbal met chronische diaree.


'jaja, lach maar nu het nog kan'
Dag twee en alles begon opnieuw mooi en goed. Een beetje asperges schillen, een stukje kalfsvlees runeren, een boterzacht brokje knolselder verorberen... 'Leuk', dacht ik, 'gezellig een beetje knutselen met groentjes vandaag.' Qua vals gevoel van veiligheid kon dat weer tellen.

Toen het plateautje dode vogeltjes tevoorschijn werd gehaald, kon ik alleen maar denken: 'Dead woman walking'. Ik had werkelijk geen benul. Noch het product, noch de gevraagde techniek waren mij bekend en ik voelde de grond onder me weg zakken.

'Ok,' dacht ik, 'alleen een pokerface kan je nu nog redden. Doe gewoon alsof je razend enthousiast bent dat je iets nieuws leert kennen en misschien beloont God je dan wel omdat je zijn boodschapper niet verneukt'.

bovenstaand beeld geeft zeer mooi mijn liefde voor het product weer. Ik schijn nog net niet te kotsen op het vogellijkje

Ervaring leerde mij dat 'smaak, smaak, smaak' nogal hoog gewaardeerd wordt door beide chefs en gezond verstand zei me dat 'de natuurlijk vulling' van het beest wellicht wat in strijd zou zijn met dat credo. Weer aan de slag met beuling dus. Een nadere inspectie van het dode vogeltje openbaarde geen duidelijke holtes waarlangs geopereerd kon worden en er zou moeten gesneden worden. Nogmaals: ik had geen benul dus als Carla mij had verteld dat ik de darmen er via de snavel moest uittrekken, zou ik dat ook gedaan hebben. Maar het werd een liesoperatie.

Ik ga nu niet in detail ingaan op hoe je je precies voelt wanneer je weet dat 800 000 Vlamingen je aan het uitlachen zijn maar laten we doen alsof ik het leuk vind dat ik jullie een fijne tv-avond heb bezorgd.

Toen ik mijn zus na de aflevering zag, vroeg ze me of ik heel hard mijn best had moeten doen om de chefs geen kopstoot te geven. De blik waarmee ik aan de Tafel Des Oordeels zat, was namelijk precies dezelfde als diegene waarop ik haar trakteerde toen ze twintig jaar geleden het haar van mijn lievelingsbarbie afknipte.

Ik moet bekennen dat ik inderdaad pisnijdig was. Niet op Gert en Sergio hoor, maar op mezelf. Ik wéét dat ik te pas en te onpas kirrend verkondig 'dat ik er ben om te leren' maar eigenlijk wil ik gewoon alles direct kennen en bandwerk-gewijs perfecte borden afleveren. Duiven folteren en nadien cremeren hoort niet onmiddellijk thuis in de 'Hoorngeschal-en Engelengezang'-fantasie waarvan eerder sprake.

Maar de rotte kers op de oudbakken taart was toch wel het moment waarop Gert en Sergio mij vertelden dat ik ei zo na mijn ticketje naar de halve finale weer mocht inleveren. Man, wat was dat lachen zeg. Eerlijk? Het enige wat ik op dat moment wilde doen was (zeer matuur) mijn vingers in mijn orden steken en 'lalalaalalalala' zingen.

Dus. Ter conclusie. Ja, ik héb een sardine vermassacreerd. Tevens heb ik een duif volledig naar de knoppen geholpen en tenslotte heb ik met een gezicht als een oorworm zitten briesen naar de zes sterren. MAAR er ben niét geregresseerd tot het niveau van een kleuter en ik heb ook géén fysiek geweld gebruikt op de nationale televisie. Al bij al een geslaagde aflevering.





2 mei 2013

Over zeebaarzen en lapdances


 Ik weet niet of jullie er intussen van uit gaan dat er wekelijks een postje verschijnt met wat inside - hobbykok info (niet letterlijk in de hobbykok dus, dat zou vies zijn. Jullie weten wel wat ik bedoel). Maar als dat het geval zou zijn: es tut mir leid, ik heb jullie verwaarloosd.
 
Dus volgend voorstel: we doen een soort van twee-voor-de-prijs-van-één aflevering. Ik loods jullie deze week door alle delen (leer- en testdag) van de afgelopen twee afleveringen (nu één en later deze week de andere) en achteraf zijn we terug dikke vrienden. Ok?
 
Daar gaan we.
 
Visaflevering. Deel 1.
 
Start: Champagne drinken met Sergio in Breskens. Er zijn slechtere manieren om je dag mee te beginnen.
 
Coming up next: Vis vermassacreren in een visfileerderij (nieuw woord!) te Breskens. Ik weet niet goed hoe jullie denken over eigenhandig vis fileren maar ik hoop dat sommigen van jullie begrip kunnen opbrengen voor mijn (misschien ietwat arrogante) standpunt dat ik het product meer eer door het te laten fileren door mensen met kennis van zaken. Ik bedoel maar, heb je mijn tongfiletje gezien? Je kon er inderdaad door kijken hé. (Nieuw idee: vis voor anorexiapatiënten. Ik weet alvast voor welk programma ik me volgend jaar eens zal inschrijven).
 
 
En Sergio, lieverd, je mocht ingrijpen hoor. Gert deed dat namelijk ook in:
 
Visaflevering. Deel 2.
 

 
Cellulitisachtige verschijnselen toveren op je kaken ten gevolge van het 'gutten' van een vis. Dat noem ik nu eens toegewijd hobbykokken....
 
In de aflevering kwam bovenstaand beeld niet erg duidelijk naar voor maar toen we aan de slag gingen met zeebaars en Gert (elk op een andere manier wel te verstaan), kreeg ik de zeer verantwoordelijke positie van 'vis-fileerder'. Concreet: Sara mocht een tartaartje snijden, Fang mocht een filetje bakken en ik heb twintig minuten darmen uit een dood beest zitten snukken. Good times.
 
Eens de vis fileer-klaar was gemaakt, ontfutselde Gert heel voorzichtig het mes uit mijn handen. Ik ben het niet helemaal zeker maar ik meen een 'Nee aan het martelen van de zeebaars!!' -gemompel uit zijn mond te hebben gehoord.
 
Onderstaand beeld is getiteld: 'Hoe het wel moet'.
 
 
 
Goed. Na dit zeer leerrijke moment, was het tijd voor:
 
Visaflevering. Deel 3.
 
Opdracht: Verleiden met vis. Nu zou een slechte verstaander dat letterlijk kunnen nemen en dat zou echt gewéldige televisie hebben opgeleverd (zes hobbykokkers die zeer zwoel met een zeebaars tegen de kaak gedrukt een lapdance uitvoeren op de schoot van beide chefs). Helaas kwam niemand met dit lumineuze idee op de proppen en deden we dan maar waarvoor we gekomen waren: koken.
 
Mag ik u even deelgenoot maken van een geheimpje? Ik ben zeker dat u het aan niemand zal doorvertellen.

Na 'visaflevering deel 1' in Pure C, kon ik natuurlijk niet aan de verleiding weerstaan om even een cocktailtje te nippen aan de sfeervolle bar (noot terzijde: Pure C is gewéldig. Je weet met je verstand dat je in Nederland zit maar je gevoel schreeuwt: Loungy Ibiza-sferen). Dit terzijde.

De barman in Pure C heet Paul Morel en ik denk erover om een nieuwe godsdienst op te richten rond zijn persoon.

Indien je eens naar het strandhotel in Cadzand zou afzakken, ga eens volledig wild en vraag  Paul om 'zomaar iets te maken'. Dat deed ik namelijk ook en ik kreeg.... manna in vloeibare vorm.
Een schets: jonge venkelknol, bevroren in champagne, overgoten met een hemels sap van yuzu, pompelmoes en komkommer.
Weet dat woorden (en mijn literair talent) schromelijk falen in een poging deze Engelentranen te beschrijven maar onthoud volgende 3 woorden: Beste. Cocktail. Ooit.

Terug naar het punt dat ik wilde maken (want ja, ik was wel degelijk naar iets aan het toewerken). Of het aan de Godendrank, de coole sfeer of de gezonde Zeeuwse zeelucht lag, weet ik niet maar opeens sloeg inspiratie in als een donderslag bij heldere hemel.

Venkel. Komkommer. Yuzu. Pompelmoes. Allemaal zaken die in mijn hoofd goed combineerden met een stukje vis. En laat dat nu net de opdracht zijn van de testdag.

Dat noch pompelmoes, noch komkommer aanwezig waren, was slechts bijzaak. Beide werden vlotjes vervangen door bloedappelsien en courgette. Even een smeuïg kreempje ertussen, een gepocheerd stukje vis (net iets anders) erbij en het geheel aftoppen met 'een krokantje' zoals dat heet.


 

 
Om nu te zeggen dat dit gerecht wereldvrede zal brengen, valt te betwijfelen maar de chefs vonden het wel lekker en deze dame mocht als eerste door naar de halve finale.
Waarvoor dank, Mijnheer Morel.
 
 
 

23 april 2013

Balls on fire

We gaan er niet over zeveren, laten we een kat een kat noemen en gewoon zeggen waar het op staat:
Looks zijn belangrijk op tv.
Dat is ook de reden waarom ik vorige week dinsdag voor zo'n 800 000 kijkers met een vogelnest op mijn kop en een gelaat dat een mysterieuze huidziekte deed vermoeden op de beeldbuis verscheen.
De stresstest dus.
Voor diegenen die niet hebben kunnen meegenieten van één van de meest zenuwslopende momenten uit mijn leven, misschien nog kort even het principe toelichten.
Drie koelkasten. Elk gevuld met een andere inhoud: vlees, vis of groenten. Tijd: dertig minuten. Opdracht: plant in de gegeven tijdsspanne een gerecht op je bord met de ingrediënten die je uit de koelkast kiest. Alles wat je neemt moet je gebruiken. Je mag niets terugleggen of bij nemen. De tijd gaat in vanaf het moment dat je de deur van de koelkast opentrekt. Beoogde psychologische gemoedstoestand: hysterie.
Omdat ik pas als vierde aan de beurt was, wist ik van mijn concullega's dus wat me te wachten stond. Daar ik niet per sé een tegenstander ben van een milde vorm van fraude, had ik stiekem bij Koen gepolst welke koelkast waar stond. Ik dacht wel vlotjes iets te kunnen toveren met vis en groenten maar de vlees-frigo zou niet bepaald 'a walk in the park worden'.
Koen fluisterde me toe dat hij, die eveneens de 'red refrigerator' had opengetrokken, voor de middelste was gegaan. Echter, hij vermoedde dat de koelkasten verwisseld werden, na elke beproeving.
Tot zover dus het slinkse plan. Toen mijn Moment Der Waarheid was aangebroken, stapte ik, cool als een kikker, het oorlogsgebied binnen. Ik keek de chefs onbevreesd in de ogen en probeerde intussen stiekem de stupor in mijn been de baas te zijn. Sergio lichtte kort de opdracht toe en wees de drie koelkasten aan: 'vlees', 'vis' en 'groenten'. 'Hah', dacht ik. Daar heb je jezelf mooi onbewust verklapt. Ik stapte doelbewust op de laatste koeling af en trok deze met een triomfantelijk gebaar open.
Het werd me rood voor de ogen. Letterlijk dan: bloederige biefstukken, bleke dode vogeltjes, een kom vol gehakt en vuurrode chorizo lachten me in mijn gezicht uit.
Bastards.
Aangezien ik in mijn eentje voor een KNT-aflevering heb gezorgd, hoef ik me hier ook niet meer in te houden. Volgende woorden flitsten door mijn hoofd: Fuck. Fuckerdefuck. Shit. Crap. Godvermiljaardedju. Fuckfuckfuckfuck.
Een mooie collectie, inderdaad, getuigende van een grote verbale creativiteit die zich helaas niet vertaalde in een culinaire creativiteit. Letterlijk tien minuten stond ik met de koelkastdeur in de hand en er kwam.... niets. Noppes. Nada.
Omdat het allemaal klaarblijkelijk nog niet rampzalig genoeg was stonden, op een afstand van zo'n anderhalve meter, Gert en Sergio mij bemoedigend toe te roepen: 'Komaan!!! Weet je het nu nog niet? Jezus man, je tijd loopt hoor! Kies iets! Je hebt nog maar 23 minuten en je hebt nog niets! Kies dan godverdomme gewoon iets!'
Met alle respect maar een handboek 'succesvol cheerleaden door Gert en Sergio' zou een dikke flop worden.
Intussen in mijn hoofd: 'Denk! Denk! Denk! Stop met denken dat je moet denken. Verzin godverdomme gewoon iets!'.
De klok tikte genadeloos verder en ik had nog maar twintig minuten om iets op mijn bord te krijgen dat me een ticketje naar de volgende ronde zou bezorgen. Ik gritste de chorizo, een knuist vol gehakt en een courgette mee. Niet bepaald ingrediënten waar Michelin zich van over het bolle buikje zou krijgen maar kom.
En toen ging het van: I, Robot.
Ik hakte, draaide, snipperde erop los, onderwijl de 'instructies' van de chefs blindelings uitvoerend. Nu behoor ik weliswaar tot het geslacht dat gemakkelijk twee dingen tegelijk kan doen maar ik slaagde er op dat moment in wel vijf handeling tegelijk uit te voeren: pasta koken, pasta checken (geen zever: met de blote handen in het kokend water! I'm Stephie. I'm fearless), balletjes aanbakken, chorizo fijn snipperen, kruiden hakken.
Na dertig minuten (die volgens mij in werkelijkheid dertig seconden waren) presenteerde ik:



Die groene spetters op het bord, die zo subtiel 'fuzzy' zijn gemaakt, waren de bedoeling hoor. Ik vond het wel strak ogen van die groene klodders, 'gemaakt nonchalant' tegen een witte rand... Een beetje Jackson Pollock...
Na het slaken van Een Diepe Zucht Der Opluchting, presenteerde ik de chefs een bordje dat duidelijk niet vanwege zijn creativiteit in de prijzen zou vallen, maar hopelijk wel qua smaak. En als dat niet zou lukken, dan kon ik nog altijd zeggen dat die rode plekken over mijn hele kop en nek besmettelijk waren en ik ze zou knuffelen als ze me niet zouden doorlaten.
Gelukkig kreeg ik een 'hoog op smaak' te horen en mocht ik tot mijn stomme verbazing mee naar de volgende ronde.
Het mondgevoel van voorgaande aflevering? Een beetje zoet (victory was mine!), een beetje bitter (vaarwel aan twee topwijven).
The story continues.
As we speak.